Flaptekst

In een wereld die perfectie en verdeeldheid propageert, waar het algoritme prachtige

technologie infecteert en de noodkreet naar vrede, menswaardigheid en zorg voor de

planeet door zieke politieke leiders wordt genegeerd, raken ouders en kinderen

gedesoriënteerd.

Welke ankerpunten heb je nog als bezorgde ouder? Hoe kan je jouw kind wegwijs maken in

deze complexe wereld? Wat zijn de bouwstenen van je kind? En hoe kan je je kind helpen

om daar constructief mee om te gaan? Maar ook, hoe kan je als ouder jezelf helpen om een

goede ouder te zijn?

Dit boek wil op een bevattelijke manier teruggaan naar de essentie en de eenvoud:

opvoeden benaderen als een reis met je kind waarbij je probeert te zorgen voor en te genieten van elkaar.

De auteur is hoopvol en gelooft rotsvast in de competenties van ouders en kinderen.

Zelfvertrouwen is zowel voor kinderen als voor ouders een belangrijke hefboom.

Het ‘opvoedkompas’ wijst de drie richtingen aan die er voor kinderen en ouders toe doen

om met een gerust hart te kunnen zeggen: ‘We zijn goed bezig!’

Dit kompas wordt aangevuld met een inspiratielijst met tips die helpen om de gewenste

richtingen aan te houden.

Tot slot neemt het boek je mee in de wondere wereld van hoe kinderen ‘ont-wikkelen’.

Elke ontwikkelingsfase gaat gepaard met specifieke uitdagingen en kansen, zowel voor ouder

als kind.

Fragment 1: uit ‘Inleiding’

… “Ik maak mij zorgen over de toekomst van mijn kinderen.”
“De wereld is zo hectisch en zo hard geworden, hoe kan ik mijn kind helpen om hiermee om te gaan?”
“Vroeger leek het allemaal veel gemakkelijker.”
”Mag ik nog grenzen stellen?”

Het zijn maar enkele van de vele vragen en verzuchtingen waar ouders en opvoeders mee worstelen. Ze zijn heel begrijpelijk.
Gezondheidszorg, welvaart en technologische uitvindingen staan op een nooit gezien niveau, wat voor een groot deel van de bevolking nieuwe kansen en comfort met zich meebrengt.

Maar elke evolutie zorgt voor ongewilde neveneffecten zoals verleidingen, valkuilen en bedreigingen. En die zijn niet min.
Op individueel vlak zien we steeds meer mentale problemen opduiken en op wereldschaal staan een menswaardig leven, vrede, moraliteit en de planeet onder druk.

Arrogantie, intolerantie en agressie, manipulatie en polarisatie, willekeur en laksheid.
Het zijn als Aziatische hoornaars binnen ons waarden- en normensysteem.
Ze rukken op aan een onrustwekkend tempo en gaan verwoestend tekeer tegen fundamentele waarden.
Een voor het individu cruciale waarde als mentaal welzijn, een voor onze samenleving levensnoodzakelijke waarde als respect.
Respect voor het individu, voor gezag en voor rechtsregels.
Het aantal politieke leiders, influencers, chatbots of andere online creaties die als brandversneller fungeren neemt eveneens verontrustend toe.

Hoe kunnen we onze kinderen doorheen deze uitdagende tijdsgeest loodsen?

Niet met verzuring of doemdenken. Evenmin met perfectiedrang.
Wel met een positieve mindset en een hoopvol verhaal.
Met een focus op een warm hart, een open geest en een koel hoofd…


Fragment 2: uit ‘Welke zijn de bouwstenen van hun en ons leven?’

…

Die zes bouwstenen kunnen we samenvatten in een letterwoord: BRICK³S.
Zes letters waarbij elke letter staat voor een bouwsteen.

Deze BRICK³S worden gevormd en gevoed door een Genetische Mix (=GM) van de ouders en door allerlei Opgedane Ervaringen (=OE) in een bepaalde context.

BRICK³S = GM + OE

Het zijn die genetische mix en een hele reeks bijzondere ervaringen die bepalen wie we zijn en hoe we in het leven staan.

Opvoeden is een niet te overschatten onderdeel van die ervaringen.
Verderop in dit boek probeer ik mee te geven wat dit in de praktijk kan betekenen maar eerst wil ik één voor één de bouwstenen onthullen…


…De BRICK³S zijn een schatkamer in bange dagen. Wanneer kinderen of jongeren kampen met mentale of emotionele problemen kan je in de zoektocht naar oplossingen niet om de BRICK³S heen. Meer hierover lees je in ‘Bestaan lastige kinderen wel?’…

Fragment 3: uit ‘Het opvoedkompas’

…

Zelfsturing is het 3 de ijkpunt dat we als ouder in het oog moeten houden.
Terwijl de eerste twee vooral het ‘zelf’ ten goede komen, mikken we met zelfsturing op een maatschappelijke verantwoordelijkheid en een maatschappelijke plicht vanuit het feit dat de mens een sociaal wezen is en de samenleving een ethisch project is.

Bij zelfsturing gaat het om vragen als:

  • Gaan onze kinderen respectvol om met zichzelf, de ander en de omgeving?
  • Zetten ze hun competenties ook in om passende zorg op te nemen voor de ander en de omgeving?

Zelfsturing kan als afstopper dienen voor de (subtiele) sturing door sociale media, misleidende algoritmes en (sommige) politieke leiders aan wie we best geen voorbeeld nemen.

We leven in een tijdsgeest waarin waarden als respect, zelfbeheersing, geduld, verdraagzaamheid, plichtbewustzijn, volharding, loyaliteit,… onder druk staan.
Dit houdt gevaar in voor zowel het individueel welzijn als dat van de samenleving…



…Vandaar de oproep aan ouders en aan al wie een opdracht heeft om kinderen voor te bereiden op het volwassen leven:

o  Probeer hen een veilig gevoel te geven door oog en oor te hebben voor hun onzekerheid, twijfel, bezorgdheid of angsten, door hen juiste informatie te geven, door hun zelfvertrouwen te voeden.

o  Breng hen weerbaarheid bij door ze helpen om constructief om te gaan met hun BRICK³S.

o  Heb aandacht voor zelfsturing. Breng ze waarden bij als kritisch denken, zelfreflectie, zelfbeheersing, betrouwbaarheid, geduld, respect, verdraagzaamheid, burgerzin, inzet, volharding, discipline, geweldloos protest, dialoog, verbondenheid, solidariteit, het opnemen van verantwoordelijkheid, het accepteren van grenzen en plichten…



Fragment 4: uit ‘Bestaan lastige kinderen wel?’

…

Eigenlijk niet. Wat wél bestaat is lastig gedrag. Lastig gedrag is gedrag dat ons ergert en of zorgen baart. Maar hoe we gedrag beleven is persoonlijk, situationeel en contextueel bepaald.

  • Persoonlijk bepaald; een kind dat moeilijk op zijn stoel blijft zitten wekt bij sommigen irritatie op terwijl anderen daar geen last van hebben.
  • Situationeel bepaald; het ene moment kunnen we meer verdragen dan het andere. Wanneer we ontspannen en goed geluimd zijn zal het weg en weer lopen ons misschien minder storen dan wanneer we opgefokt of humeurig zijn.
  • Contextueel bepaald; wanneer dit gedrag zich thuis stelt, zullen we er misschien minder last van hebben dan wanneer het zich op restaurant voordoet.

Hoe dan ook; ‘gedrag’ en ‘persoon’ zijn niet van elkaar te scheiden maar wel te onderscheiden. Het kind in kwestie is véél meer dan ‘lastig gedrag’…


…Ik heb meermaals ervaren dat er meer rust en verbetering in de ouder-kindrelatie kwam wanneer ouders, vaak na een lange lijdensweg, erin geslaagd waren om een evenwicht te vinden tussen enerzijds gedragsverandering nastreven en anderzijds verdragen van het probleem of de beperking.
Ik spreek bewust niet van ‘aanvaarden’ maar van ‘verdragen’, want aanvaarden blijft doorgaans uiterst moeilijk.
Een evenwicht waarbij het accent dikwijls bij de ouders lag bij wie het gelukt was – wat niet evident is! – om vanuit de liefde voor hun kind te relativeren waar zij zich zoveel zorgen in maakten of nog maken. Met als grote winst: een meer ontspannen, betere verstandhouding met hun kind.

Waar werken aan gedragsverandering een relationeel gegeven is (tussen jou en je kind; jij wil ander gedrag zien bij jouw kind), is werken aan verdragen een persoonlijk gegeven: je zal met jezelf aan de slag moeten om wat jou ergert minder te laten doorwegen.
In veel gevallen zal je steun, hulp of begeleiding nodig hebben voor dat persoonlijk proces: mensen die luisteren naar jou, die jou begrijpen, die jou helpen om zaken in een ander perspectief te plaatsen, die jou helpen om er anders naar te kijken en er anders mee om te gaan.

Werken aan gedragsverandering is vaak een moeizaam proces waarvan je niet weet wat de uitkomst zal zijn. Het is een zoektocht met vallen en opstaan.

In volgend hoofdstuk geven we enkele ideeën, richtlijnen die je hierbij kunnen helpen…


Fragment 5: uit ‘De vijf ontwikkelingsfasen van kinderen’

…

Het is een grote uitdaging voor ouders en leerkrachten om die experimenteergrage en weetjeshongerige kinderen hierin bij te staan, voeling te houden met hoe zij hiermee omgaan en toezicht te houden op wat dit allemaal met hen doet.

Schermtijd afbakenen moet je niet zien als een beperking maar als een verrijking. Schermen bieden niet alleen kansen, zijn niet alleen een uitdaging voor het brein maar bij overdreven gebruik ook een belasting. Te veel of te lang focussen op een scherm kan schadelijk zijn voor de ogen en een overprikkeling betekenen voor het brein.
Minder schermtijd is meer breinrust.
Schermvrije tijd betekent tijd voor andere activiteiten: face to face contact, spelen met andere kinderen, creatief bezig zijn, sporten, dromen, lezen in een fysiek boek, nachtrust…

Scherminhoud bewaken en afbakenen is een must. Heel wat digitaal tekst- en beeldmateriaal is niet bestemd voor elke leeftijd. Heb je als ouder weinig kaas gegeten van de beveiliging of limitering van scherminhoud, laat je hierbij dan helpen.

…